Nodig:
Tunische haaknaald: 10mm (of gebruik een haaknaald zonder breed gedeelte)
NB: Volg het schema helemaal onderaan: de nummers geven de volgorde aan en letters het type vierkant. Afkortingen:
TSS (Tunesische Simpele Steek) = steek de haaknaald onder de volgende verticale rij, omslag en haal de draad en hou de lus op de naald.
Patroon: VIERKANT A (Volledig vierkant aan het begin van een diagonale rij) Rij 1 (Goede kant): 12 lossen, haal een lus in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke losse tot het einde = 21 steken. Rij 1 Retour: Omslag, haal door 1e lus, [Omslag, haal door 2 lussen] 8 maal, omslag, haal door 4 lussen = middelste cluster gemaakt, [Omslag, haal door 2 lussen] 9 maal = 1 lus op haaknaald. Rij 2: Sla eerste verticale rij over, [TSS] 8 maal, steek haaknaald onder midden verticale rij van cluster en haal een lus = markeer deze lus, [TSS] 8 maal, TSS werkend onder beide verticale rijen van de laatste steek = 19 steken. Rij 2 Retour: Omslag, haal door 1e lus, * Omslag, haal door 2 lussen *; herhaal van * tot * tot er nog 2 lussen op de naald staan voor de gemarkeerde lus, omslag, haal door 4 lussen; herhaal van * tot * tot het einde = 1 lus op haaknaald. Rij 3: Sla eerste verticale rij over, * TSS onder volgende verticale rij *; herhaal van * tot * tot aan cluster; TSS onder gemarkeerde steek = verplaats de markeerder naar deze nieuwe lus; herhaal van * tot *, werkend onder beide verticale rijen van de laatste steek = 2 steken minder dan vorige rij van opname lussen. Rij 3 Retour: Herhaal Rij 2 Retour. Rijen 4 t/m 9: Herhaal Rij 3 maar let op, er zijn 2 steken minder op de naald aan het einde van het ophalen van lussen van elke rij. Rij 10: TSS onder gemarkeerde steek, TSS onder beide verticale rijen van de laatste steek = 3 steken. Rij 10 Retour: Omslag, haal door alle 3 lussen = 1 lus op haaknaald.
NIET AFHECHTEN.
VIERKANT B (Half vierkant om een rechte rand te maken aan het einde van een diagonale rij) Rij 1 (Goede kant): Werkend in einde van rijen, haal een lus in elke rij van huidig vierkant = 11 steken. Rij 1 Retour: Omslag, haal door 2 lussen = linker cluster gemaakt, * Omslag, haal door 2 lussen; Herhaal van * tot einde = 1 lus op haaknaald. Rij 2: Sla eerste verticale rij over, TSS tot aan cluster; TSS onder beide verticale rijen van de laatste steek van cluster = 1 steek minder dan de vorige rij van ophalen van lussen. Rij 2 Retour: Herhaal Rij 1 Retour. Rijen 3 t/m 9: Herhaal Rij 2 waarbij er 1 steek minder op de naald staat aan het einde van ophalen van lussen van elke rij. Rij 10: TSS onder beide verticale rijen van de laatste steek = 2 steken. Rij 10 Retour: Omslag, haal door beide lussen.
AFHECHTEN.
VIERKANT C (Volgende volledig vierkant) Rij 1 (Goede kant): Werkend in einde van rijen, sla laatste rij over van huidig vierkant, haal een lus aan het eind van elke overblijvende rij van huidig vierkant, Werkend in einde van rijen of aangrenzend vierkant, beginnend bij Rij 1, haal een lus aan het einde van iedere rij = 20 steken. Rij 1 Retour: Haak als Vierkant A.
VIERKANT D (Half vierkant om een rechte rand te maken aan het begin van een diagonale rij) Rij 1 (Goede kant): Plaats een ‘slip knot’ op de haaknaald; beginnend in Rij 1 Werkend in einde van rijen, haal een lus in elke rij of aangrenzend vierkant = 11 steken. Rij 1 Retour: Omslag, haal door 1e lus, * Omslag, haal door 2 lussen; Herhaal vanaf * tot er 3 lussen overblijven op de haaknaald; omslag, haal door 3 lussen = rechter cluster gemaakt en 1 lus op haaknaald. Rij 2: Sla cluster over, * TSS onder volgende verticale rij; Herhaal van * tot einde, werkend onder beide verticale rijen van de laatste steek = 1 steek minder op de naald dan bij vorige rij van ophalen van lussen. Rij 2 Retour: Herhaal Rij 1 Retour. Rijen 3 t/m 9: Herhaal Rij 2 waarbij er 1 steek minder op de naald staat aan het einde van ophalen van lussen van elke rij. Rij 10: TSS onder beide verticale rijen van de laatste steek = 2 steken. Rij 10 Retour: Omslag, haal door beide lussen = 1 lus op haaknaald.
NIET AFHECHTEN.
AFWERKING Rand: Werkend in einde van rijen, voeg garen samen met een halve vaste in linker rand of Rij 10 van Vierkant nr. 161; halve vaste in dezelfde plek, * halve vaste in elk van de volgende 8 rijen, [haal een lus in de volgende rij] 2 maal, omslag en haal door 3 lussen, halvevaste in volgende 8 rijen, [2 halvevaste in volgende rij] 2 maal;
Herhaal vanaf * nog 6 maal; halvevaste in volgende 8 rijen, 2 halvevaste in volgende rij; halvevaste in volgende 90 rijen, 2 halvevaste in volgende steek, halvevaste in volgende 8 steken **, [2 halvevaste in volgende steek] 2 maal; herhaal van * tot ** liever hakend in steken dan in de rijen op de onderste rand; 2 halvevaste in volgende rij; bevestig met een halvevaste in de eerste vaste.
AFHECHTEN. Werk draadjes weg.
SCHEMA:
De nummers geven de volgorde aan en letters het type vierkant:
Haak aan één stuk zonder afhechten tussen vierkantjes en rijen
Onderaan deze beschrijving staat een filmpje van het haken van een vierkant (niet van het doorlopend haken!).
RIJ 1, VIERKANT 1
Haak 34 lossen. Rij 1: Haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 14 lossen, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 lossen, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse (telt niet als steek vanaf hier), haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
RIJ 1, VIERKANT 2 TOT 8 Opzet Rij: 1 losse, haak in de linker rand van de voorgaande vierkant, haak 17 vasten gelijkmatig verdeeld over de rand/zijkant; let er op de laatste steek te haken in de onderste hoek, 1 losse7, keer. Rij 1: Haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 14 lossen, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
Herhaal dit voor elk vierkant totdat er 8 vierkanten zijn of totdat de gewenste breedte is bereikt. Keer.
RIJ 2, VIERKANT 1 Opzet Rij: 1 losse7, haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 15 lossen, haak 1 vaste in de bovenste hoek van het vierkant eronder, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de bovenste rand/zijde van het vierkant eronder; let op dat je haakt in de laatste steek van iedere hoek van het vierkant eronder, keer. Rij 1: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 15 steken, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
RIJ 2, VIERKANT 2 TOT 8 Opzet Rij: 1 losse, haak in de linker rand van het voorgaande vierkant, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de rand/zijkant, haak 1 vaste in de bovenste hoek van het vierkant eronder, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de bovenste rand/zijde van het vierkant eronder; let op dat je haakt in de laatste steek van iedere hoek van het vierkant eronder, keer. Rij 1: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 15 steken, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
Herhaal dit voor elk vierkant.
RIJEN 3 TOT 11 (of totdat de gewenste lengte is bereikt): Herhaal rij 2.
Niet afhechten.
RAND Ronde 1: Haak een rand met halve vasten rond de gehele deken; haak ongeveer 16 steken langs de rand van ieder vierkant. Bevestig. Ronde 2: 1 losse. Haak 1 vaste in de steek waarmee je bevestigde en verder in elke steek, waarbij je 3 vasten haakt in elke hoeksteek. Ronde 3 en 4: Herhaal ronde 2.