Haak aan één stuk zonder afhechten tussen vierkantjes en rijen
Onderaan deze beschrijving staat een filmpje van het haken van een vierkant (niet van het doorlopend haken!).
RIJ 1, VIERKANT 1
Haak 34 lossen. Rij 1: Haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 14 lossen, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 lossen, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse (telt niet als steek vanaf hier), haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
RIJ 1, VIERKANT 2 TOT 8 Opzet Rij: 1 losse, haak in de linker rand van de voorgaande vierkant, haak 17 vasten gelijkmatig verdeeld over de rand/zijkant; let er op de laatste steek te haken in de onderste hoek, 1 losse7, keer. Rij 1: Haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 14 lossen, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
Herhaal dit voor elk vierkant totdat er 8 vierkanten zijn of totdat de gewenste breedte is bereikt. Keer.
RIJ 2, VIERKANT 1 Opzet Rij: 1 losse7, haak 1 vaste in 2e losse vanaf de haaknaald en in elke van de volgende 15 lossen, haak 1 vaste in de bovenste hoek van het vierkant eronder, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de bovenste rand/zijde van het vierkant eronder; let op dat je haakt in de laatste steek van iedere hoek van het vierkant eronder, keer. Rij 1: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 15 steken, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
RIJ 2, VIERKANT 2 TOT 8 Opzet Rij: 1 losse, haak in de linker rand van het voorgaande vierkant, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de rand/zijkant, haak 1 vaste in de bovenste hoek van het vierkant eronder, haak 16 vasten gelijkmatig verdeeld over de bovenste rand/zijde van het vierkant eronder; let op dat je haakt in de laatste steek van iedere hoek van het vierkant eronder, keer. Rij 1: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 15 steken, 3 samengehaakte vasten, haak 1 vaste in elke van de resterende 15 steken, keer = 31 steken. Rij 2: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 14 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 14 steken, keer = 29 steken. Rij 3: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 13 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 13 steken, keer = 27 steken. Rij 4: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 12 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 12 steken, keer = 25 steken. Rij 5: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 11 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 11 steken, keer = 23 steken. Rij 6: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 10 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 10 steken, keer = 21 steken. Rij 7: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 9 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 9 steken, keer = 19 steken. Rij 8: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 8 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 8 steken, keer = 17 steken. Rij 9: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 7 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 7 steken, keer = 15 steken. Rij 10: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 6 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 6 steken, keer = 13 steken. Rij 11: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 5 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 5 steken, keer = 11 steken. Rij 12: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 4 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 4 steken, keer = 9 steken. Rij 13: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 3 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 3 steken, keer = 7 steken. Rij 14: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 2 steken, keer = 5 steken. Rij 15: 1 losse, haak 1 vaste in elke van de volgende 1 steken, 3 samengehaakte vasten, 1 vaste in elk van de laatste 1 steken, keer = 3 steken. Rij 16: 1 losse, 3 samengehaakte vasten, NIET keren = 1 steek.
Herhaal dit voor elk vierkant.
RIJEN 3 TOT 11 (of totdat de gewenste lengte is bereikt): Herhaal rij 2.
Niet afhechten.
RAND Ronde 1: Haak een rand met halve vasten rond de gehele deken; haak ongeveer 16 steken langs de rand van ieder vierkant. Bevestig. Ronde 2: 1 losse. Haak 1 vaste in de steek waarmee je bevestigde en verder in elke steek, waarbij je 3 vasten haakt in elke hoeksteek. Ronde 3 en 4: Herhaal ronde 2.